Landstede Groep
   
Jaargang 4 | Editie 3 | Edities
wisselcolumn

Lager opgeleid

Pieter Jansen (35) discussieert met zijn studenten over de gevoeligheid van woorden. Het levert een pijnlijke conclusie op.

De klas kwam er niet helemaal uit, die ochtend. Was de persvoorlichter van spelletjesfabriek 999 Games een flapuit met te weinig ervaring of een geslepen vos die weet hoe hij zijn merknaam in alle landelijke media kan fietsen? Eerst had hij het AD laten weten dat 'Kolonisten van Catan' zo niet meer mocht heten omdat er veel klachten waren geweest vanwege ons gevoelige koloniale verleden. Een paar uur later echter, vertelde de woordvoerder aan alle andere media dat dat er niets mee te maken had. De naam was vier jaar geleden al aangepast op verzoek van de Duitse bedenker van het spel.

Na wat discussie en het doorploeteren van de LinkedIn-pagina van de voorlichter valt het besluit: flapuit, geen geslepen vos. ‘Hij is woordvoerder van een spellenuitgever, hoe vaak praten die nou met journalisten?’ merkt een student op. ‘Wat een krampachtig gedoe over dat ene woordje zeg’, zegt een ander.

‘Klopt’, zeg ik, ‘de discussie over de gevoeligheid van woorden is deze week weer behoorlijk actueel.’  Soms vallen dingen onwaarschijnlijk mooi in elkaar. Alsof ik het zo allemaal had bedacht, open ik het filmpje van Marianne Zwagerman. Het gaat over de term laagopgeleid, die we van haar nooit meer mogen gebruiken.

Wie zijn dat eigenlijk, die mensen die zo neerkijken op lager opgeleiden? Vast niet de mensen met een lekke band of een zieke oma. De wereld zou stilstaan zonder vrachtwagenchauffeurs, veel minder lekker zijn zonder bakkers. Minder aantrekkelijk zonder schoonheidsspecialisten en zoveel minder romantisch zonder edelsmeden. Juist die hoger opgeleiden zouden dat als geen ander moeten snappen. Zij die dat niet doen, bewijzen alleen maar dat opleidingsniveau werkelijk niets zegt over de mate van domheid.

De klas vindt die Zwagerman, die de kop van Sander Dekker “eraf zou hakken” als hij nog één keer lager opgeleid zou zeggen, maar een agressieve roeptoeter. ‘We zíjn toch ook lager opgeleid?’, zegt iemand. ‘Dat maakt het toch niet minder?’ Maar een groot deel van de klas is er toch onzeker over. En de opmerking van Zwagerman dat je een leven lang ‘lager’ met je meedraagt als men je maar vaak genoeg zo noemt, roept bij de meesten herkenning op. De pijnlijke conclusie na een half uur praten: de mensen die het meest neerkijken op lager opgeleiden, zijn misschien wel de lager opgeleiden zelf.

Maar welk woord gebruiken we dan? ‘Praktisch’ en ‘theoretisch geschoold’ vormt ook niet echt een handige verdeling. Ruim driekwart van de klas vindt dat ze zelf een theoretische opleiding volgt. Timmermannen, díe zijn praktisch geschoold. En kleuterjuffen. ‘En chirurgen’, zegt er één terwijl hij zijn tas inpakt.

En ik denk: hadden ze jullie vroeger maar eens vaker verteld hoe slim jullie zijn.




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9