Landstede Groep
   
Jaargang 5 | Editie 3 | Edities
Column: Standplaats Jakarta

Een dorp en een metropool

Ondanks de luchtvervuiling geniet Birgitta van de overweldigende natuur in Jakarta. ‘Als er een paar weken niet geveegd, gesnoeid en bedwongen wordt, wringt zij zich alweer tussen de stenen door.’

‘Natuur is voor tevredenen of legen
En dan: wat is natuur nog in dit land? (…)’
J.C. Bloem

Jakarta is een metropool. De stad heeft meer dan 10 miljoen inwoners. Van alle steden in Zuidoost- Azië heeft Jakarta de vuilste lucht. Er wordt hier 2,5 miljoen ton afval per jaar geproduceerd. De rivieren die naar zee stromen, dragen een dikke laag plastic afval mee, waardoor je het water soms niet meer kunt zien. Kortom, niet echt een groen paradijsje… Er is meer ruimte voor auto’s dan voor mensen.

Toch zou je dat niet zeggen als je met me meeloopt op mijn wandelingen met de hond. Als het nog vrij koel is en het verkeer nog niet op gang gekomen is, loop ik met Kia mijn eerste rondje door de lommerrijke lanen van Kemang. Hier wonen buitenlanders met hun ruime verblijfstoelages en, zoals iemand me ooit fijntjes zei, Indonesiërs die echt rijk zijn. De vele bomen met hun brede kronen en hun grote veelvormige bladeren geven koelte en een gevoel van frisse lucht. Vlinders dwarrelen in wolken om de bloesems.

Onderweg groet ik mijn vaste bekenden: ‘Selamat pagi, Pak Adé’, met een glimlach en een kleine buiging naar de vriendelijke man die het koffietentje voor ons huis bewoont en beheert. ‘Apakabar, Pak Sugeng’ tegen de bewaker van de achterburen die met glimmende schoenen en een brede lach klaarstaat voor weer een dag vol wachten. Ik maak een praatje met de Maleise filmregisseur met zijn twee collies. Zijn naam ken ik niet, maar wel die van zijn honden, Kas en Loko. We nemen geregeld het leven even door terwijl de honden samen spelen.

De natuur is overweldigend in Indonesië. Als er een paar weken niet geveegd, gesnoeid en bedwongen wordt, wringt zij zich alweer tussen de stenen door. Men plant hier bomen die al meer dan vier meter hoog zijn. Binnen een paar weken beginnen ze alweer uit te lopen. Het krioelt van het leven: tussen de takken zitten niet alleen vogels en tjitjaks, maar ook eekhoorns en civetkatten. Op straat lopen vele zwerfkatten en ook muizen, ratten, padden, kakkerlakken. In de goten zit van alles verborgen. Vorig jaar nog werd er op slechts twee kilometer van ons huis een python van 4 meter in de goot gevonden.

Veel personeel in de wijk komt van buiten de stad. Ze planten peperstruiken, cassave, mais, papaja en bananenbomen langs de wegen. Ze houden vogels in kooien, waar ze gek op zijn en die ze elke dag even in bad doen. De vogelgeluiden geven een oerwoudgevoel. Onze pientere tuinman, Pak Kasiman, heeft zelfs een hele groentetuin aangelegd op het dak van het lege huis waar hij al jaren op past. Af en toe komt hij ons een maaltje verse paksoi brengen. In de vijver voor dat huis laat hij de vissen zwemmen die hij eerst is gaan vangen in een rivier aan de buitenkant van de stad. Zo heeft hij weer een tijdlang verse vis. En soms lopen er ineens een paar kippen in zijn tuin. Van tijd tot tijd klimt hij bijna recht omhoog tegen de stam van de kokospalm in onze voortuin om de kokosnoten met een zware plof te laten landen.

De avond is de heerlijkste tijd van de dag, als alles tot rust gekomen is en er hier en daar mensen langs de kant van de weg met elkaar zitten te praten. De gekko’s roepen doordringend hun eigen naam de stilte in. Een soepverkoper duwt zijn kaarsverlichte handkarretje door de donkere straten. Er is altijd wel iemand die nog trek heeft. De vleermuizen scheren langs mijn hoofd. Kia holt ijverig alle goten af op zoek naar ratten of katten. Domweg gelukkig in…. Jakarta.

 




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11