Landstede Groep
   
Jaargang 5 | Editie 4 | Edities
Column: Standplaats Jakarta

Goodbye & sampai jumpa!

Birgitta maakt zich klaar om weer terug te keren naar Nederland en maakt de balans op van drieënhalf jaar Indonesië.

Het is tijd om te gaan. We lopen nog een keer door de lege kamers en werpen een laatste blik op de tuin. We nemen geëmotioneerd afscheid van de lieve mensen die al die tijd voor ons gezorgd hebben en het leven zo gemakkelijk en luxueus hebben gemaakt. Na drieënhalf jaar Indonesië is het tijd om terug te gaan.

Net als bijna iedereen die hier vertrekt, hebben we gemengde gevoelens. Het is fijn om weer naar Nederland te gaan: de familie en vrienden, de frisse lucht, de ruimte om te wandelen en fietsen, het gevoel weer echt mee te kunnen doen. Maar we zullen Jakarta ook missen. Die malle stad met zijn glanzende wolkenkrabbers die bij zonsopgang schitterend door de laag luchtvervuilingsdampen naar de bleekblauwe hemel wijzen. Waar we voor het ochtendgloren al gewekt worden door het aanzwellende geluid van de vele moskeeën. Die stad die op het eerste gezicht zo lelijk en chaotisch is maar die ook zijn verborgen schatten heeft.

Niets heerlijker dan achterop een GoJek, een motortaxi, langs de beruchte files te zoeven. En als je geen zin hebt om te koken is er altijd nasi goreng, saté of ander streetfood voor een habbekrats in de buurt. Achter de hoge muren hebben we paleizen en prachtige tuinen gevonden. We hebben de geluiden leren herkennen: het droge, lichte gekras van de bezems waarmee tweemaal per dag de straten van de wijk worden schoongeveegd. De lokroep van de langskomende verkopers, elk met zijn eigen kreet: het tweetonige ‘Sapoeoeoeoe!’ van de bezemverkoper; het hoge ijle ‘Jamoe!’ van de verkoopster van gezonde kruidendrankjes, gevolgd door het veel lagere en aardsere ‘gorengan’ waarmee ze laat weten dat ze ook gefrituurde snacks verkoopt.

De mensen, die je altijd met een glimlach begroeten. ‘Hé mister!’ roept de schooljeugd die bij het koffietentje voor ons huis op de straat zit. ’s Avonds zingen ze smachtende liedjes bij de gitaar. De hippe moslima’s met hun kleurige hoofddoeken, naaldhakken en felle lipstick. Of de bedeesde schoolmeisjes in een uniform van lange rokken en witte hijabs, maar wel samen met hun vriendje op de geparkeerde brommer hangend. De slapende mensen: chauffeurs die in een verloren uurtje een dutje doen, de blote voeten door het raam van hun auto naar buiten gestoken. De bouwvakkers die tijdens hun middagpauze uitrusten van hun zware werk in de hitte, hun T-shirt tot onder de oksels opgestroopt voor ventilatie. De reizigers die in vliegtuig, bus of boot eensgezind vijf minuten na vertrek in slaap vallen.

Wat heb ik hier geleerd? Dat de rubberen tijd, jam karet, ook zijn voordelen heeft: als de planning vloeibaar is en agenda’s niet in beton gegoten zijn, is er ook ruimte voor flexibiliteit en kan er soms ineens heel snel heel veel. Dat het soms beter is om iets niet te zeggen en de tijd het probleem op te laten lossen. Dat ‘samen’ gezellig is en mensen gelukkiger maakt. Dat vertrouwen in de toekomst meer oplevert dan verongelijktheid over ondergaan onrecht. Dat beleefdheid en onderling fatsoen het dagelijks leven in alle opzichten gemakkelijker en prettiger maken.

Nu de praktijk nog… Nederland, here we come!




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9