Landstede Groep
   
Jaargang 4 | Editie 6 | Edities
Leren over de grens

Onderwijs in Indonesië: respect voor autoriteit

In deze serie kijken we naar hoe het onderwijs in het buitenland georganiseerd is en vragen docenten naar hun mening en ervaringen. In deze aflevering: Indonesië. Birgitta Hogendoorn was docent Engels en Nederlands voor ze in 2015 voor een aantal jaar naar Jakarta vertrok voor het werk van haar man. Omdat ze geen werkvergunning heeft, mag ze officieel niet werken. Dat weerhoudt haar er niet van om zo nu en dan toch weer in de rol van docent te kruipen. Op de faculteit Nederlands van de universiteit van Indonesië gaf Birgitta de afgelopen drie jaar conversatielessen Nederlands. Ze schreef er voor ZinMag onder meer de column Docentenhemel over.

Was het zo’n verademing om in Indonesië voor de klas te staan?
‘De studenten hier zijn heel geïnteresseerd en doen actief mee in de les. Er is ook veel meer respect voor autoriteit.’

Heb je daar een verklaring voor?
‘In een land als Indonesië is een opleiding de enige manier om een goede plek te krijgen in de samenleving. Er zijn hier gezinnen die leven van trash picking. Zij zoeken spullen op de vuilnisbelt om te kunnen verkopen. Veel ouders liggen krom om hun kind naar een goede school te kunnen sturen. Kinderen zijn zich daar bewust van. De houding die Nederlandse leerlingen soms hebben: Wat doe ik hier? Waarom moet ik hier zitten? die zie je hier daarom veel minder.’

Zijn er aspecten die je graag zou terugzien in het Nederlandse systeem?
‘Ik ben onlangs op bezoek geweest bij een privéschool voor middelbaar beroepsonderwijs. Docenten die daar lesgeven in praktijkvakken mogen maximaal twee dagen per week voor de klas staan. De rest van de tijd werken ze in het bedrijfsleven. Ik vind dat wel echt een toegevoegde waarde voor de leerlingen. Zij krijgen zo direct de ontwikkelingen mee die in de praktijk spelen. In Nederland lopen we wat dat betreft nog weleens achter de feiten aan.’

Hoe was de mbo-opleiding opgezet?
‘De meeste beroepsopleidingen duren drie jaar. Op deze school liepen ze in het tweede jaar een half jaar stage, die werd geregeld door de school. Maar ook in de rest van de opleiding krijgen ze veel praktijkvakken. De verdeling is ongeveer 30% theorie en 70% praktijk.’

Hoe is de kwaliteit van het onderwijs?
‘De docenten uit het bedrijfsleven die lesgeven op het mbo, hoeven geen docentenopleiding te hebben. Wel kunnen ze twee weken per jaar bijscholing vanuit de staat aanvragen. Maar hoe de kwaliteit daarvan is, dat weet ik niet. Over het algemeen is de kwaliteit niet heel goed, docenten zijn vaak niet goed opgeleid. Voor peuterspeelzalen hoef je helemaal geen diploma te hebben, daarvoor vragen ze lieve dames van middelbare leeftijd.

De kwaliteit van het beroepsonderwijs is trouwens wel een speerpunt van president Jokowidodo. Een paar jaar geleden is een project gestart dat onder meer moet zorgen voor beter opgeleid (technisch) personeel, een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de praktijk en het stimuleren van ondernemerschap onder jongeren.’

Waar ligt nu vooral de nadruk op in het onderwijs?
‘Het onderwijs is vooral gericht op het reproduceren van kennis. Leerlingen leren regels en vaardigheden. Maar ze worden niet of nauwelijks gestimuleerd om zelf na te denken waarom ze iets leren en hoe ze kennis kunnen toepassen. Deels komt dat omdat docenten niet goed genoeg zijn opgeleid zijn om boven de stof te kunnen staan. Maar het is ook een cultureel gegeven: mensen zijn gevoelig voor autoriteit en zijn gewend om te doen en te leren wat hen wordt opgedragen en daar geen vragen bij te stellen.

Een kennis van me liet onlangs een kussenhoes namaken bij een stoffeerder. Het originele exemplaar was versleten en miste twee knopen. Toen ze hem weer ophaalde, zag ze dat de hoes perféct was nagemaakt. Maar wat bleek? Ook hier ontbraken twee knopen. Ze had niet expliciet genoemd dat die erop moesten komen. En dus had de stoffeerder dat niet gedaan.’

Lees ook ook de column van Birgitta: Deur naar de toekomst




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8