Landstede Groep
   
Jaargang 3 | Editie 9 | Edities

Leerling neemt de regie bij Agnieten College Wezep

Agnieten College Wezep werkt hard aan het neerzetten van sterk persoonlijk onderwijs met het ‘Wezeper model’. Na in totaal vier experimenteerweken hakte het team de knoop door: het geleerde integreren in wat al wordt gedaan en steeds nieuwe elementen inbouwen. Directeur Ard de Graaf: ‘Zo groeit Agnieten College Wezep naar een school die het persoonlijk leren steeds verder uitbouwt en waarmaakt.’

Ard haalt inspiratie uit de onderwijsvisie van Gert Biesta die draait om kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Op zijn iPad laat hij zijn ideale school zien: De Green School op Bali. ‘Een lokaal verankerde school met de blik naar buiten: het leren is geïntegreerd met wat er lokaal en internationaal speelt.’ De collega’s bezochten diverse initiatieven, gingen naar Portugal en Amerika en pikten er de mooiste elementen uit. Voor de basiskaderleerlingen werd ‘Big Picture’ het uitgangspunt, voor de overige leerlingen de visie van de Zweedse Kunskapsskolan.

Ard de Graaf haalt inspiratie uit de onderwijsvisie van Gert Biesta die draait om kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Op zijn iPad laat hij zijn ideale school zien: De Green School op Bali. ‘Een lokaal verankerde school met de blik naar buiten: het leren is geïntegreerd met wat er lokaal en internationaal speelt.’ De collega’s bezochten diverse initiatieven, gingen naar Portugal en Amerika en pikten er de mooiste elementen uit. Voor de basiskaderleerlingen werd ‘Big Picture’ het uitgangspunt, voor de overige leerlingen de visie van de Zweedse Kunskapsskolan. 

Kleine school

Met 300 leerlingen is het Agnieten College - dat vmbo, havo en atheneum (onderbouw) biedt - een kleine school. Een voordeel voor persoonlijk onderwijs: ‘Onze vijfentwintig bevlogen, goed op elkaar ingespeelde docenten kennen de leerlingen allemaal’, zegt directeur Ard de Graaf. Het woord docenten gebruikt hij overigens liever niet. Leraren is beter: ‘Het woord “doceren” insinueert dat jij wel even vertelt hoe het moet en dat is wat we hier nu juist niet doen.’

Waar die kleinschaligheid ook voor zorgt is dat leerlingen een band met de school hebben. Ard: ‘Pas als ze een band hebben leren ze. Dan voelen ze zich thuis en maken ze een vliegende start.’

Het Agnieten College helpt leerlingen hun talenten te ontwikkelen op een niveau dat bij hen past, vervolgt Ard. Ook moeten wij laten zien dat je leert in de ontmoeting met anderen: door samen te werken - veelal in groepen - toets je je talent. Daarnaast heb je doorzettingsvermogen nodig om te bereiken wat je wilt. Ook daarin moeten wij leerlingen meenemen.’ 

Het Wezeper model

Bij het persoonlijk leren op het Agnieten College heeft de leerling de regie. Het model bestaat uit een aantal onderdelen (zie kader). Zo worden ouders nauwer bij school betrokken. Drie keer per jaar is er een driehoekgesprek (onder leiding van de leerling) met ouder, leerling en coach. Ook werkt de school met dakpanklassen. Daarin zitten leerlingen van meerdere niveaus. Leerlingen kunnen vakken waarin zij goed zijn op een hoger niveau volgen en switchen tijdens het schooljaar is mogelijk. Het is een succes: Ard: ‘Afgelopen schooljaar reikten we 55 certificaten uit. Prachtig om te zien dat we ze afrekenen op wat ze kunnen en niet op wat ze niet kunnen. Logisch ook: later doe je immers ook het liefst iets waar je goed in bent.’

Persoonlijke mentor- en coachgesprekken

Leerlingen hebben hun hele schoolloopbaan dezelfde persoonlijke mentor (en coach). De maandelijkse coachgesprekken die ze met hun mentor hebben, zijn het hart van het leren.

Ard: ‘Het gaat dan over doelen en hoe de leerling leert: hoe plan je goed, wie en wat - welke bronnen - heb je ervoor nodig. Als je het onderwerp vulkanen bij aardrijkskunde lastig vindt, zoek je zelf een oplossing. Je vraagt je docent, je buurman of bekijkt een animatie van die vulkaan. Er leiden meer wegen naar Rome.’ Lars, derdejaars vmbo-tl: De mentor zegt vaak: “Bekijk dan een filmpje”, maar ik heb liever dat iemand het mij uitlegt.’ 

Cursus gespreksvaardigheden

Voor de coachgesprekken volgde het hele team een cursus gespreksvaardigheden. Ard: ‘Je hebt twee type leerlingen: het ene type is er blij mee dat hij zijn eigen route kan bepalen en kan werken aan zijn goede en minder goede punten. Het andere type vindt het vermoeiend, want hij moet aan de bak. Daar moet je dan wat mee.’ 
Docent Nederlands Ruud Oosterhof (foto hierboven, red.) vindt coachen niet makkelijk:Voorheen zorgde je dat je leerlingen goed werden in je vak. Je vertelde wat, stelde vragen en toetste. Nu moet ik ze ook op gebieden waar ik minder van afweet zo aanmoedigen dat ze zelf gaan nadenken en aan de slag gaan. Vooral niet sturen. Maar het gaat steeds beter: doordat je de leerlingen langer en daardoor beter leert kennen, bouw je een vertrouwensband op en komen ze eerder naar je toe met hun vragen en zorgen. Daar is nu ook meer tijd voor naar mijn idee.’ 

Stamklas en mentorgroep

Naast een stamklas met zo’n vijfentwintig leerlingen op hun niveau, vormen alle leerlingen van een mentor ook een mentorgroep met gemiddeld vijftien leerlingen die nu wekelijks drie keer bij elkaar komt. Wie twee jaar op school zit, neemt een eerstejaars onder zijn hoede. De leerlingen vragen elkaar om hulp. Aan Lars werd bijvoorbeeld gevraagd hoe hij zijn woorden leerde. Van Dyonne, vierdejaars vmbo-tl, willen anderen vooral weten hoe ze rekensommen het beste kunnen oplossen. 

Digitale weekplanner

De klassen 3 en 4 (vanaf januari ook de klassen 1 en 2) werken met een digitale weekplanner met leerdoelen en weektaken. Huiswerk maken de leerlingen in principe op school, bij vragen kunnen zij dan meteen terecht bij een docent of medeleerling. Dyonne is er blij mee: ‘Dat je vooraf plant, zorgt voor minder druk.’ Een valkuil, merkte Lars, is dat je gaat doorschuiven. Wel vindt hij het fijn dat hij zelf kan bepalen wat hij wanneer doet, ook al is dat soms nog moeilijk. ‘Maar de meeste docenten controleren wel of je je huiswerk hebt gedaan. Daar kom je echt niet onderuit.’

 

Keuzewerktijd

Leerlingen hebben elke week drie uur die ze zelf kunnen invullen: extra werken aan exacte vakken, talen oefenen via een luistertoets of met anderen een project oppakken. Inschrijven kan tot vlak van tevoren. ‘Dat is nog wel even wennen’, merkt Ruud. ‘Soms schrijven ze zich in, maar hebben ze niet echt een vraag.’ De mentor van Lars wil meestal aan het begin van de week weten waarvoor hij zich heeft ingeschreven. Dyonnes mentor wil dat - als ze een laag cijfer heeft - haar keuzewerktijd aan dat vak besteedt. 

Dinsdagmiddagprojecten

Elke dinsdagmiddag werken de leerlingen uit klas 1 en 2 aan projecten. Twee lesuren per week, zes keer per project. De insteek is technisch (bijvoorbeeld robotica), sportief (tennissen, voetbal, mountainbiken) of creatief (handletteren, koken met lokale topkok Jeroen Hooijmaijers of prullenbakken schilderen, zoals Lars deed). De leerlingen kiezen zelf, elke leerling heeft een taak. Dyonne vindt de projecten leuk: ‘Je doet even wat anders dan leren.’ Ard vult aan: ‘Het geeft hen zoveel extra’s. Ze kunnen daardoor ontzettend opbloeien.’ 

Vanaf januari: verder groeien

Vanaf januari gaat het persoonlijk leren een stap verder. Ard: ‘Net als in de experimenteerperiode willen we de dag beginnen met de mentorgroep. Een moment met ruimte voor bezinning: samen het Journaal kijken en daarover met elkaar in gesprek. Daarna samen je planning maken voor die dag of week en daarna aan de slag met je weektaken. Het maandelijkse coachgesprek past ook in dit eerste uur. Daarnaast willen we minder klassikale lessen en meer workshops, projecten en practica. Een practicum biologie geef je dan bijvoorbeeld aan alle leerlingen van verschillende niveaus tegelijk.’

 

De leerling krijgt zo een gevarieerd aanbod: van mentormomenten, keuzewerktijd, tot verschillende vormen van lessen: zelf of samen uitwerken, klassikaal les of workshoparrangementen. Dyonne is er blij mee: ‘Vroeger las je iets door, maakte je een opdracht en bleek soms dat je de stof verkeerd had begrepen. Doordat je nu gelijk uitleg kunt krijgen, pik ik alles beter op.’ 

Grenzen opzoeken

Bij alles wat we doen, zoeken we de grenzen op, zegt Ard. ‘We experimenteren en leren als collega’s continu van elkaar. Ook op het gebied van toetsing. We willen dat leerlingen dat meer op hun eigen moment kunnen doen.’ ‘Op zo’n manier dat de mentor de resultaten meteen kan zien’, vult Ruud aan.  Wat is Ruuds ideaal als het om persoonlijke leren gaat? ‘Dat elke leerling een persoonlijk traject volgt en dat er pas na afloop uitrolt op welk niveau hij of zij zit. Dat zou mooi zijn.’

In de volgende ZinMag lees je meer over Agora in Roermond. Ken je ook een onderwijsinitiatief waarover je graag meer wilt weten? Mail de redactie! redactie@zinmag.nl. 




Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11