Landstede Groep
   
Jaargang 4 | Editie 2 | Archief 2015 - 2019

Eerste Onderwijscafé over (on)gelijke kansen en motivatie

In Nederland geven we even slimme leerlingen geen gelijke kansen. De verschillen groeien zelfs als we niets doen. Daarnaast zijn leerlingen nergens zo ongemotiveerd als hier. Hoe komt dat en wat kunnen we - ook de Inspectie - er aan doen? Zo’n vijftien docenten en andere belangstellenden kwamen dinsdagavond 6 maart voor antwoorden naar het Onderwijscafé bij het Centre for Sports & Education.

De avond, georganiseerd door het CSE, begon met een presentatie van strategisch onderwijsinspecteur en hoogleraar Inge de Wolf. Van huis uit onderzoeker, maar met een fascinatie voor het met elkaar beter maken van ons onderwijs. Zij stelt: ‘Nederlandse leerlingen zijn in vergelijking met andere landen heel gelukkig op school, maar voor wat betreft motivatie om te leren - voor lezen ook trouwens - lopen ze enorm achter. En dat begint al vanaf groep 4, 5 op de basisschool.’ 

The Dutch problem

Geïnteresseerd luisteren de aanwezigen naar haar betoog. ‘Op de Europese School in Bergen, die ik met enkele onderzoekers bezocht, noemden ze dat motivatiegebrek the Dutch problem. Daar waar de andere leerlingen achten en negens scoorden, haalden de Nederlandse leerlingen vijven en zessen.’

Volgens De Wolf is er blijkbaar iets in ons onderwijs wat daarvoor zorgt, al kunnen andere factoren, zoals cultuur, ook een rol spelen. Maar mogelijk komt het door onze vroege selectie, een typisch Nederlands fenomeen. De Wolf: ‘Elders in Europa gebeurt dit alleen in Bulgarije en  Duitsland.’

Alleen maar gemotiveerde leerlingen

Toch bestaan ze wel: scholen met alleen maar gemotiveerde leerlingen. Met een groep inspecteurs bezocht De Wolf er ruim tien, onder andere Hyperion in Amsterdam, het Vathorst College in Amersfoort en Agora in Roermond. Ze vond het er prachtig: ‘Meteen al bij binnenkomst was de sfeer anders, prettiger. Er was veel interactie met de kinderen: in de teamkamer was meestal niemand te vinden.’

Goede teams, lef en eigenaarschap

Drie zaken kenmerken deze scholen volgens De Wolf: ‘Er is altijd een goed, samenwerkend team. De school toont lef: het vaste stramien met roosters en regeltjes verdwijnt en ze geven leerlingen eigenaarschap over hun eigen leerproces. Zo komen talenten tot ontwikkeling: het triggert de ambitie en daagt leerlingen uit. En niet alleen leerlingen zijn gemotiveerd, leraren ook: werkdruk leek niet aan de orde.’ Enthousiast: ‘Het was daar echt leuk, het was jammer om weer weg te gaan!’

Systeem op de schop

Gerdien Pastink, directeur van Thomas a Kempis College en JenaXL gaat er graag in mee: ‘Wij voeren - los van het systeem - al veranderingen door, dat moedigen we ook heel erg aan. Al moet dat systeem eigenlijk nog veel eerder op zijn kop dan we nu denken.’ ‘Ja, dat moet op de schop’, beaamt De Wolf. ‘Wie De Luizenmoeder kijkt, weet dat die selectie al in groep 3 begint met de indeling in zonnetjes, maantjes en sterretjes. Daar maak ik me best zorgen om, dat is funest voor de talentontwikkeling. Maar er mag en kan extreem veel. Veel meer dan mensen denken.’

Geen gelijke kansen

Waar het onderwijs ook een oplossing voor moet vinden, is de groeiende kansenongelijkheid, gesignaleerd door De Wolfs collega-inspecteurs. Wat blijkt namelijk: even slimme kinderen - uitgangspunt is de gemiddelde leerling met een IQ op vmbo-gl/tl-niveau - blijken op heel verschillende niveaus te eindigen.

De Wolf: ‘Van de leerlingen met hoogopgeleide ouders (hbo/wo) begint 50% op havo of vwo, bij de kinderen met laagopgeleide ouders (t/m mbo 2) is dat 25%. Zeventien, achttien jaar later heeft van de groep met hoogopgeleide ouders 55% een hbo- of wo-diploma, tegenover 26% van de groep met laagopgeleide ouders.’

Stijgende ongelijkheid

En die ongelijkheid neemt de laatste jaren ook sterk toe, met name overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs. ‘Doordat de eindtoets minder leidend is, oefenen hoogopgeleide ouders druk uit om het advies naar een hoger niveau bij te stellen. Daarbij speelt ook mee dat je in ons onderwijsstelsel steeds minder kan doorstromen, waardoor de keuze voor een vervolgopleiding veel invloed heeft op de rest van de schoolloopbaan.’

Op het voortgezet onderwijs stopt het niet: in de onderbouw verdubbelt de ongelijkheid zelfs. De Wolf: ‘Er zijn steeds minder heterogene klassen en juist meer categorale scholen. Leerlingen van hoogopgeleide ouders gaan naar homogene brugklassen met opstroommogelijkheden. Laagopgeleide ouders kiezen voor brede brugklassen, waar niet altijd op het hoogste niveau wordt lesgegeven. Daarbij komt dat deze leerlingen vaker afstromen: 30% tegenover 14% bij leerlingen van wo-ouders.’

Leerling krijgt de schuld

Opmerkelijk: wij geven de studenten de schuld, zoals de Poolse minister van Onderwijs bij een bezoek aan Nederland constateerde. “Why do they blame the students?” zei hij steeds vaker. Volgens hem is er geen land ter wereld die dat doet als iets niet lukt. “Waarom kijken ze niet meer naar zichzelf?”’

Verschillende oorzaken

Hoe komt het dat die kansenongelijkheid stijgt? Volgens De Wolf zijn er verschillende oorzaken. Naast de al genoemde vroege selectie en ons starre onderwijssysteem met roosters en regels, spelen concurrentie tussen scholen - vanwege marktwerking - ook een rol. Net als de steun van thuis en schaduwonderwijs, zoals huiswerkklassen en toetstrainingen voor kinderen van hoogopgeleiden. Ook is er flink bezuinigd op extra ondersteuning in de klas, funest voor gezinnen met lage inkomens.

De lage verwachtingen van de leerkracht, onderwaardering, speelt ook mee.Bij eenzelfde IQ geeft de basisschool soms een ander advies, dat de leerkracht ook minder vaak bijstelt op basis van de eindtoets. Dit betekent dat leerlingen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau.’

‘Weet je wel wat je doet?’

‘Ik sprak eens een leerkracht die bij kinderen met een moeilijke thuissituatie altijd een niveau lager adviseert dan ze aankunnen: om zo de leerling een succeservaring mee te geven. Uiteraard allemaal met de beste bedoelingen, maar ik schrok daarvan, weet je wel wat je doet?’
De Wolf advsieert dan ook om hoge, of beter: passende verwachtingen te hebben. ‘Hoog is niet per se beter, maar het gaat om gelijke kansen bij gelijk IQ. Kijk niet naar het systeem, maar naar het kind. Geef een kind een kans, laat het kind zijn talent benutten.’

Een goed verhaal

Maar dat was de afgelopen jaren best lastig met een overheid die op rendement stuurde. De toehoorders herkennen zich hierin: ‘Je schaalt een kind niet te hoog in: dat kost punten. En als het even niet goed ging met een kind werd meteen afstromen geadviseerd.’ Een ander reageert: ‘Een goede tl’er moeten we koesteren: dat is goed voor je tl-resultaten, opstromen naar havo is negatief. Daar heb je het over aan de koffietafel.’

Inge beaamt: ‘Eigenlijk heef de Inspectie de verkeerde kant op meegeduwd. Misschien waren we te naïef en dachten we dat iedereen wel in het belang van die leerling zou handelen. Maar dat passen we nu aan: we gaan van kille cijfers naar een goed verhaal en toegevoegde waarde.’
Ze legt uit: ‘Inspecteurs gaan met de school in gesprek over de prestaties. Daarnaast kijken we naar de door de school verwachte ontwikkeling van hun leerlingen.’

Hoe het onderwijs erover tien jaar uitziet? ‘Nog meer zoals we bij die scholen met gemotiveerde leerlingen zien.’ De Wolf adviseert scholen dringend om het lef te hebben hun onderwijs anders in te richten: ‘Laat het systeem je niet beperken. Als Inspectie gaan wij dit niet belemmeren, onze 500 inspecteurs nemen we mee in deze ontwikkeling.’

Lagerhuisdebat

Een tweede onderdeel van de avond was een debat in Lagerhuisstijl, onder leiding van Esther den Ouden, kwaliteitsadviseur bij Landstede Groep. Er ontstond een levendige discussie, waarbij De Wolf jureerde. Zij lette op inhoud, sportiviteit - laat je anderen uitpraten - en humor.

Winnaar werd Paul van den Bergh, locatieleider van het CSE. Hij hintte ook op een vervolg van het Onderwijscafé: ‘We zijn klein begonnen, maar hopen regelmatig met wie dat wil te spreken over hoe we leerlingen kunnen raken, hoe we nog meer kunnen betekenen in hun opvoeding dan we nu al doen.’




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6