Landstede Groep
   
Jaargang 4 | Editie 5 | Edities
wisselcolumn

Docentencolumn: Aandacht

Het was even wennen voor Berber Bouma om haar leerlingen buiten school tegen te komen. Andersom overigens ook. Al snel bleek dat zo’n spontane ontmoeting ook voordelen heeft.

Tijdens het hardlopen op vrijdagavond in de polder kom ik verschillende groepjes puisterige pubers tegen. Ze zijn op de fiets op weg van keet naar keet, luid pratend en met een biertje in de hand. ‘Hé!’ roept er dan één. ‘Dat is Bouma! Wat doet die nou hier?’

Het blijft voor veel leerlingen vreemd om hun docenten in het wild te zien. Op één of andere manier lijken sommigen nog altijd te geloven dat onze soort enkel op school bestaat. In zekere zin hebben ze gelijk, want als we vrij zijn, zijn leraren ook maar gewoon mensen.

Toegegeven: andersom moest ik ook wennen aan al die loslopende leerlingen. Dat begon tijdens mijn derdejaars stage, toen ik ’s ochtends een jongen uit havo 4 de klas uit stuurde en ’s avonds een biertje voor hem moest tappen in het jongerencentrum waar ik vrijwilligerswerk deed. School en privé kwamen ineens wel erg dicht bij elkaar.

Jarenlang werkte ik daarom bewust in een andere stad. Nu ik wat minder vaak in de kroeg zit, blijkt wonen en werken in dezelfde plaats juist fijn. Ik fiets in vijf minuten naar school en ben ’s middags ook zo weer thuis. Nooit last van files of treinvertraging - heerlijk!

Dat ik leerlingen tegenkom in de stad, de supermarkt of tijdens het sporten is niet erg, het levert vaak mooie gespreksstof op voor de dagen erna. ‘Was dat lieve meisje uw dochter, mevrouw?’ willen zij weten. ‘Ja,’ antwoord ik. ‘En hebben je moeder en jij nog nieuwe schoenen gekocht?’

Doordat je net iets meer van leerlingen ziet of weet, raak je ook op school net wat makkelijker aan de praat. En dat is fijn, vooral als je met jongens en meiden wilt spreken die niet zitten te wachten op een bezorgde - of in hun ogen: bemoeizuchtige - mentor of docent. Via een kleine omweg kom je gauwer bij de kern en kun je toch hulp bieden.

Ik geloof dat ik mijn werk over het algemeen goed doe en dat leerlingen weten dat ze bij me terecht kunnen. Ik schrok dan ook van de reacties van enkele leerlingen op een enquête die ik had uitgezet: ‘Kijk hoe het met een leerling gaat, ook buiten school’ en ‘Vaak zit iets me dwars en dan zou ik dat ook graag willen delen met haar, maar dan vind ik het fijner als ze ook bij mij af en toe langs komt om ff te vragen hoe het gaat. Oh nee! dacht ik. Zelfs als ik mijn best doe, is het niet goed genoeg. Ik moet beter!

Maandag zal ik de bierdrinkende jongens vragen hoe het in de keet was, zonder direct te oordelen over hun vermoedelijk overmatige drankgebruik. Ik zal leerlingen zeggen dat ik ze altijd wil helpen, zowel op school als daarbuiten. En ik zal vooral extra goed luisteren naar al die jongens en meiden die niks zeggen, maar die in stilte om aandacht roepen.




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8