Landstede Groep
   
Jaargang 4 | Editie 6 | Edities
Interview

Bouwer Thomas van der Staak verruilt Landstede voor de KNVB

Na dertien jaar verruilt Thomas van der Staak, directeur Sport & Bewegen, Landstede voor de KNVB. Daar wordt hij verantwoordelijk voor alle trainingsopleidingen. Hoewel het nieuwe avontuur lonkt, neemt hij met gemengde gevoelens afscheid. ‘Wij voegen hier echt iets toe aan het leven van jonge mensen.’

Sport en onderwijs vormen tot nu toe een rode draad in je carrière. Zijn dat bewuste keuzes geweest?
‘Sport zeker, ik heb altijd veel gesport: ijshockey, honkbal, voetbal, tennis. Op mijn middelbare school in Nijmegen kon dat ook allemaal. Op school zelf was ik overigens minder succesvol. Na de mavo bleef ik zitten op de havo en maakte vervolgens de heao niet af. Op een gegeven moment dacht ik: wat wil ik echt? Dat was dus iets met sport, maar ik wilde geen leraar worden. Mijn droom was eigenlijk om in Amerika bij een basketbalteam te gaan werken. In Zwolle was de Calo net gestart met de opleiding Sport en Beleid, dat ben ik gaan doen. Daar ben ik trouwens óók nog een keer blijven zitten. Op mijn zevenentwintigste was ik pas klaar met mijn studie.’

Hoe verklaar je die moeizame schoolperiode?
‘Op mijn basisschool, een jenaplanschool, was misschien wat weinig aandacht voor het cognitieve aspect. Ik heb mijn hele middelbareschooltijd bijles gehad om op niveau te komen. Maar ik leerde op de basisschool wel dingen die ik ook nu nog heel belangrijk vind en waar je in de rest van je leven wat aan hebt: samenwerken en aandacht hebben voor de ander.’

‘Sport kwam echt uit mezelf’

Werd sporten vanuit huis gestimuleerd?
‘Nee, mijn vader was wel sportief, maar mijn moeder heb ik nog nooit zien sporten. Ze kwam ook niet zo vaak kijken. Mijn ouders werkten veel, mijn vader was hoogleraar psychologie, mijn moeder verpleegkundige. Mijn broer en ik zijn heel zelfstandig opgevoed. Sporten kwam echt uit mezelf, ik heb veel verschillende sporten gedaan. Hard trainen om in één ding heel goed te worden, dat is niets voor mij. Ik ben meer een generalist dan een specialist. Dat ben ik in mijn werk ook.’

In 2006 kwam je bij Landstede werken als directeur Sport & Bewegen. In wat voor organisatie kwam je terecht?
‘De opleiding was een stuk kleiner, het eerste lustrum was net gevierd. In mijn eerste jaar maakte ik deel uit van het directieteam met daarin ook nog de oud-directeur en twee andere leden. Met elkaar waren we verantwoordelijk voor alle sportopleidingen én de verpleegkundige opleidingen aan de Fuchsiastraat. Daarnaast gaf ik de eerste twee jaar ook les aan een vierdejaars managementklas, overigens zonder onderwijsbevoegdheid. Dat kon toen nog. Uiteindelijk was er te weinig tijd om het lesgeven te combineren met mijn functie als directeur.’

Een paar jaar na jouw komst ontstond het idee voor het CSE. Hoe was dat?
‘Het eerste jaar was echt ondernemen om die school neer te zetten. We gingen overal naartoe om de school onder de aandacht te brengen: naar scholen en sportclubs in Nieuwegein, Enschede, Tubbergen. We organiseerden voorlichtingsavonden om de school te verkopen, dat deden we allemaal zelf. Dat was echt prachtig.’

Het studentenaantal van de opleiding Sport en Bewegen is sinds je komst verdubbeld én de opleiding is door de MBO Keuzegids 2019 uitgeroepen tot de beste Sport & Bewegen opleiding van Nederland. Maakt je dat trots?
‘Groei is nooit een doelstelling geweest. Je moet het kwalitatief goed doen, dan groei je. En dat is dus gelukt. Sinds een aantal jaren staan we in de top van best presterende opleidingen en dit jaar staan we bovenaan. Ik relativeer dat ook redelijk snel, maar dat de resultaten goed zijn en de tevredenheid hoog, dat is natuurlijk geweldig.’

Hoe hebben jullie dat bereikt?
‘Onze studenten krijgen weinig toetsen, maar voeren veel gesprekken met hun coach over hun voortgang. De betrokkenheid tussen coaches en studenten is groot, daarin doen we het echt goed. Wat helpt is dat docenten hun studenten veertien uur in de week zien. Een sportopleiding is wel echt anders dan bijvoorbeeld een opleiding Engels of wiskunde. Het is heel fysiek, er zit een ander type mens. Maar de stabiliteit, de hoge mate van betrokkenheid van studenten, dat is de basis voor succes. En we hebben goede medewerkers. Ook een aantal die mijn zwakkere kant compenseren.’

Want waar ben je minder goed in?
Lachend: ‘In het borgen van processen. Daar hebben we nu kanjers voor. Ik ga soms ook te snel. Dan bedenk ik wat nieuws en dan vergeet ik in het proces om mensen daarin mee te nemen. Inmiddels heb ik zo veel goede mensen om mij heen, dat ik meer op afstand sta. Ik loop door de gang, kijk links en rechts en dan krijg ik een beeld wat goed of minder goed gaat. De kracht zit hem nu echt in de mensen die hier werken. Als er nu een halfjaar geen directeur zou zijn, draait het allemaal goed door.’

Wat is je kracht?
‘Ik denk dat ik … Dat is toch wel lastig om over jezelf te zeggen. Maar ik denk… ehm, wacht even, ik heb vanochtend iets teruggekregen van mijn functioneringsgesprek, dat pak ik er even bij. Ja, hier staat het: helikopterview, oog voor beheersaspecten, zelfstandige denker.
Mijn kracht ligt vooral in de sociale kant, in het verbinden. Ik heb aandacht voor anderen, vind het belangrijk dat ik het goede doe voor de mensen die hier werken. Presteren en goed doen, dat zit wel in mijn aard. Met elkaar naar een doel toewerken, zonder de menselijke kant uit het oog te verliezen. Ik denk overal goed over na en hou er dan aan vast. En als ik twijfel, werk ik een stapje harder om ervoor te zorgen dat het goedkomt.’

Hoe zou je je werkwijze omschrijven?
‘Ik hou niet zo van controle. En waar ik zelf niet van hou, dat wil ik een ander eigenlijk ook niet aandoen. Als ik het ergens niet mee eens ben, laat ik het wel duidelijk merken, maar sturen vanuit macht - “omdat ik directeur ben doen we het zo” -, probeer ik nooit te doen. Ik ben van management by walking around. Mail vind ik een vervelend medium. Dat kost me meer tijd dan even bij iemand binnenlopen en informeren hoe het ervoor staat. Ik loop vaak even de teamkamer in en zelf ben ik ook goed benaderbaar. Medewerkers kunnen me altijd bellen of appen en dan krijgen ze direct antwoord. Ook ’s avonds laat en in het weekeind.’

‘Ik hou niet zo van controle’

Waar ben je het meest trots op als je terugkijkt op je tijd bij Landstede?
Een lange stilte. ‘Dat weet ik niet zo goed. Ik vind het vooral mooi wanneer mijn medewerkers trots zijn. Wanneer we een soort blije gemeenschap met elkaar zijn’. Lachend: ‘Dat klinkt wel heel zweverig hè. Een happy family.’ Dan, na even nadenken. ‘Een paar jaar geleden liep ik ’s avonds buiten het gebouw, terwijl binnen oudergesprekken werden gevoerd. Toen ik naar binnen keek en overal die verlichte lokalen zag, voelde ik trots. Ik dacht, wij voegen hier echt iets toe aan het leven van jonge mensen. Dat is het mooiste waarvoor we hier zijn.’

Zijn er ook dingen die je, met de kennis van nu, anders had willen doen?
‘Ik heb nooit ergens spijt van. Natuurlijk zijn er ook minder leuke dingen gebeurd. Ik heb bijvoorbeeld wel eens iemand moeten ontslaan. Maar alles wat ik heb gedaan, heb ik gedaan met de beste intenties. Ik zal nooit iemand moedwillig proberen te benadelen. Over iedere beslissing die ik maak, denk ik goed na. En dat dan niet alles even goed uitpakt, tja. Maar spijt… Misschien wel de keuze om hier weg te gaan. Dat weet ik nog niet zo goed.’

Waarom ga je juist nú weg?
‘Ik werk sinds een jaar een dag in de week bij de KNVB als extern adviseur. Ik ben gevraagd om er fulltime te komen werken als verantwoordelijke voor alle trainingsopleidingen. En eigenlijk is dit voor mij ook een goed moment om weg te gaan. Met Landstede Basketbal, waar ik voorzitter van ben, zijn we kampioen geworden. Het CSE had 100 procent geslaagden en onze opleiding Sport & Bewegen is uitgeroepen tot beste opleiding. Ik denk zeker dat hier nog veel bereikt kan worden, maar ik heb iets anders nodig. Ik ben meer een bouwer dan iemand die op de winkel wil passen, dat is ook niet mijn sterkste kant. Toen ik hier vertelde dat ik wegging, toen deed dat mensen wat. Toen ik bij de KNVB vertelde dat ik er kwam werken, heeft niemand me gefeliciteerd. In mijn leiderschap moet ik echt aan de bak daar. Dat vind ik leuk.’




Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8