Landstede Groep
   
Jaargang 1 | Editie 10 | Archief 2015 - 2019
Essay

Essay: Wees niet bang

We leven in de ‘donkere dagen voor Kerst’. Je hoeft alleen maar wakker te worden en je begrijpt hoe de uitdrukking is ontstaan. Ik houd van die donkere dagen. Om de kaarsen, maar veel meer om de symbolische wandeling van donker naar licht.

Het is een tijd van stilstaan, meer dan ik in andere jaargetijden toelaat. Een tijd om te ontdekken wat ik donker vind - beangstigend, lelijk of verdrietig - en om uit te vinden wat daar tegenover kan staan. En andersom, een tijd om licht te zien en niet voorbij te gaan aan de schaduw die daardoor ontstaat.

Meer dan ooit tevoren staan in dit jaareinde beelden van vluchtelingen op mijn netvlies gebrand. Het Syrische jongetje, aangespoeld op een strand in Turkije. De stoet, te voet op weg van Boedapest naar Oostenrijk. Verkleumde mensen, vastgelopen op een muur van gaas en prikkeldraad. Jonge mannen met gebalde vuisten die schreeuwen om treinen en toegang tot Europa. Kleine kinderen in de zoveelste noodopvang met grote vragende ogen op zoek naar iets vertrouwds.  

Mensen die iconen worden; beelddrager van basale angst en even basale hoop. Mensen die in dat ene beeld een verhaal vertellen. Over een droom en hoe die uitkomt of ten onder gaat. Over een weg van donker naar licht en hoe dat licht soms verstikt raakt. Mensen op weg, op zoek naar een plek waar ze welkom zijn en gekend worden.

Afgelopen zomer kreeg een van deze mensen onderweg een naam, een gezicht. Margarita, 17 jaar, en al bijna acht jaar in Nederland. Met haar moeder Irina vluchtte ze uit Oezbekistan. Ze leefden van overplaatsing naar overplaatsing, van rechtszaak naar rechtszaak. Een schooljaar hier, een schooljaar daar, geen kans op vriendschap. Intussen wonen ze ruim drie jaar in Kampen, onder dak bij mensen die hun ruimte met liefde delen. De middelbare school werd voor het eerst een school voor jaren.  In juni haalde Margarita haar havo-diploma. Kort daarna besloot de rechter dat het gezin terug moet naar Oezbekistan.  

“Dat nooit” zei haar vriendengroep en na een avond doorwerken was er een petitie: Margaritamoetblijven.nl. De groep om haar heen groeide en zorgde voor acties, aandacht in de media, politieke contacten en steun. In augustus zat Margarita aan tafel bij Pauw. Met de vriendengroep zaten we achter haar. Ik krijg weer kippenvel als ik de beelden terugzie en haar hoor: “Hier ben ik thuis, in Oezbekistan zou ik een vreemdeling zijn.”  

Alleen de Staatsecretaris kon haar nu nog een toekomst in Nederland geven. Een halfjaar verstreek sinds de rechter zijn uitspraak deed. Dat is een halfjaar van onzeker wachten en zwerven tussen angst en vertrouwen. Van werken aan een toekomst hier, terwijl die uitzetting naar Oezbekistan dreigt.

Mensen op weg. Als vanzelf komt het Bijbelse verhaal over Jozef en Maria naar boven. Ze zijn te voet op weg in bezet land. Menigeen kent de oude woorden uit het Bijbelboek Lucas:  

“In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was.” 

Op last van de Romeinse keizer moeten ze zich melden in Bethlehem, de stad van hun voorouders, 150 kilometer verderop. Het verhaal ademt onheil. Zo’n reis lijkt te riskant voor een hoogzwangere vrouw. Ze moeten terug naar het land van vroeger; dat is weglopen van je toekomst. En die volkstelling - alles en iedereen precies in beeld - wat zal daarop volgen?  

Hun reisverhaal begint al eerder, met de ontmoeting van Maria met een engel. Zij schrikt, eerst van die engel en vervolgens van de niet te vatten aankondiging dat ze zwanger zal worden en het kindje Jezus moet noemen.  “Wees niet bang”, zegt die engel, en geeft zo de rode draad voor al wat volgt.

Ze gaan op weg en vinden ‘geen plek in de herberg’ in Bethlehem. In een stal belanden ze en daar wordt Jezus geboren. Een kwetsbaar kind dat vanaf dag één zijn leven niet zeker is, zo is Gods nieuwe begin met de wereld. Kwetsbaar, een levende roep om aandacht, zorgzaamheid en liefde. Een groter contrast met de keizer van Rome kun je niet verzinnen.

Donkere dagen voor Kerst. Tijd om te zoeken naar licht dat door het donker heen komt. Ik vind een haakje in die zin voor Maria: wees niet bang. Ga op weg, en wees niet bang. Niet bang voor vluchtelingen die zo anders zijn, zo vreemd en nieuw anders. Niet bang voor mensen die dreigen met aanslagen. En niet bang voor mensen die met niet te vatten haat reageren op de onrust in onze wereld.  

Angst verhardt. Angst levert uit aan controle en wantrouwen. Ik wil alert zijn, maar niet bang. Ik wil niet naïef zijn, maar wel vertrouwen hebben. Wees niet bang… Ik zie meer dan ooit de kleur van mensen, hun rugzakken, hun ogen. Meer dan ooit zeg ik nu hallo, goedemiddag of wel thuis aan mensen onderweg. Mensen op weg, allemaal onderweg, zo stel ik me voor, naar een goed leven, naar licht dat verdrijft wat donker is.

Een oude rabbi vroeg eens aan zijn leerlingen:  
“Hoe kun je het moment bepalen, waarin de nacht ten einde is en de dag begint?” 
“Is dat als je uit de verte een hond van een schaap kunt onderscheiden?”, zei de eerste leerling. 
“Nee”, zei de rabbi. 
“Is het als je van verre een dadelboom van een vijgenboom kunt onderscheiden?”, vroeg een ander. 
“Nee”, zei de rabbi opnieuw.  
“Maar wat dan?” vroegen de leerlingen.  
“Het is als je in het gezicht van een mens kunt kijken en daarin je zuster of je broeder ziet. Tot dan is de nacht nog bij ons.” 
(Chassidisch verhaal)




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10