Landstede Groep
   
Jaargang 5 | Editie 2 | Edities
Leren over de grens

Onderwijs in Amerika: ‘Ze zetten er complete Joop van den Ende-producties neer’

Biologiedocent Bert Haaksma (Meander College) en teamleider Dienstverlening & Horeca Gytha Vellema (Landstede Harderwijk) gingen in 2016 tegelijk op uitwisseling naar Amerika. Op het Massasoit Community College in Brockton keken ze mee met enkele lessen, vergaderingen en schoven aan bij het diner ter ere van het 50-jarig bestaan van de school.

De twee docenten kenden elkaar nog niet toen ze twee jaar geleden bij elkaar in het vliegtuig zaten naar Boston. Bert was onderweg naar het Massasoit Community College in Brockton onder Boston, Gytha naar de Northern Essex community in New Hampshire. Daar zou ze als toenmalig dramadocent enkele lessen volgen én geven. Tenminste, dat was de bedoeling. Na een paar stroef verlopen eerste dagen met een onwillige docent - waar ze tot overmaat van ramp ook verbleef - belde ze Bert op. Kort daarna trok ze in bij zijn gastgezin. Samen verbleven ze bij docent Roland Blanchette (‘Rolly’) en kon ook op zijn school meedraaien.

Op wat voor school kwamen jullie terecht?
Bert: ‘Op het Massasoit Community College leren studenten in twee jaar tijd een beroep of volgen een studie die hen voorbereid op een vervolgopleiding, bijvoorbeeld de universiteit. Zo’n community college is een combinatie van een mbo en een vwo. Het ging er wel anders aan toe dan wij gewend zijn. Sommige leerlingen gaan een semester naar school en sparen geld om een paar maanden later een volgend semester te volgen. Per vak kunnen ze een certificaat behalen. Senior citizens, oudere inwoners, kunnen gratis verschillende cursussen volgen.’

Wat viel op deze school het meest op?
Bert: ‘Er zitten relatief veel jonge meiden met kinderen op school. Daar is de school op ingericht met een daycare, waar kinderen vanaf een jaar of twee terechtkunnen. Op die daycare werken studenten kinderverzorging.’

Gytha: ‘Ik vond het sowieso opvallend hoe geïntegreerd bepaalde diensten zijn die hier door maatschappelijke organisaties of het wijkcentrum worden opgepakt.’

Bert: ‘Voor de opleiding dierverzorging is er een dierenziekenhuis, waar ook inwoners van de stad met hun dieren terechtkunnen. Sporten en muziek maken gebeurt ook allemaal op school.’

Gytha: ‘Veel faciliteiten worden door het bedrijfsleven geschonken. Ik heb meegelopen op de afdeling media en theater. Ik denk dat de NOS jaloers zou zijn wat daar aan apparatuur staat. En als je het niveau ziet! Ze zetten er complete Joop van den Ende-producties neer. Personeel zorgt voor het decor en belichting. Dat is echt wel anders dan hier, waar we dat met studenten doen.’

‘Ik vond de leerlingen ongelooflijk gemotiveerd’

Zag je ook culturele verschillen?
Bert: ‘Ja, het is in Amerika heel gebruikelijk om donaties te geven aan instellingen. Ook aan deze school. Op de website kun je aangeven hoeveel je wilt doneren. Tijdens ons verblijf werd er een diner gegeven vanwege het 50-jarig bestaan van de school. Donateurs werden met naam en toenaam genoemd en in het zonnetje gezet. Er waren ook drie heel goede studenten die een beurs hadden gekregen. Zij vertelden ten overstaan van alle aanwezigen waarom ze zo goed waren en wat ze allemaal hadden gepresteerd. Mijn mond viel open. Maar dat is wel de manier om daar verder te komen.’

Wat vonden jullie het grootste verschil met onderwijs in Nederland?
Gytha: ‘Ik vond de leerlingen ongelooflijk gemotiveerd. Ze stelden veel vragen, bereidden zich goed voor op de lessen, deden actief mee en kenden hun teksten. De kwaliteit van de theaterproducties was hoog. En dat kwam niet alleen door de faciliteiten. Je merkt dat studenten gewend zijn om op te treden. Dat wordt op high school al gestimuleerd.’

Bert: ‘Ik zat een keer bij een overleg van de sectie biologie. Daar werd het curriculum voor het volgende jaar vastgesteld. Gezamenlijk werd besloten welke onderwerpen wel en niet zouden worden behandeld. De overheid geeft wel richtlijnen voor het curriculum, maar scholen hebben zelf veel ruimte om accenten te leggen binnen die kaders. Meer dan wij hier hebben.’

‘Veel docenten geven per week een toets over de stof. Schriftelijk, of op hun 'Magister' die ze op een bepaalde tijd openzetten voor de studenten. De docent anatomy and  physiology deed dat gerust op vrijdagavond van 21.00- 22.00 uur. De meeste studenten in de klas kennen elkaar niet of nauwelijks, dus bang dat ze samenwerken voor de test zijn ze niet.’

‘Scholen hebben meer ruimte om accenten te leggen in het curriculum’

Viel nog meer op?
Bert: ‘Een fulltime docent geeft per semester vijf vakken van ongeveer drie lesuren van vijftig minuten per week. Als ze er andere taken bij krijgen, zoals coaching, kwaliteitszorg of het maken van roosters voor de toetsweek, worden ze vrijgesteld van een deel van hun lesuren.’

Gytha: ‘Als je zag hoeveel tijd Rolly kreeg voor het kunstbeleid op school!’

Bert: ‘Het respect dat mensen voor elkaar hebben viel ook op. In Nederland gaan we al heel snel heel amicaal met elkaar om. Als op deze school een docent bij de rector op bezoek kwam, spraken ze elkaar aan met een gevoel voor rang.’

Waren er aspecten van het onderwijs die je hier zou willen terugzien?
Bert: ‘Hier kan een leerling een paar uur per week extra begeleiding krijgen. Op deze school was de hele dag een remedial teacher aanwezig. Er waren ook verschillende leshokjes waar leerlingen die extra tijd en aandacht nodig hadden hun toetsen konden maken. ’

Gytha: ‘Er was veel positiviteit, leerlingen waren gemotiveerd en iedereen behandelde elkaar met respect. Dat vond ik mooi om te zien.’

Bert: ‘Er is ook meer respect voor ouderen. Voor de senior citizens in de stad, maar ook voor oudere docenten. Voor hen is het soms lastig om het tempo bij te houden. Op deze school geven ze minder les en ze krijgen de meest gunstige lestijden. Dat heeft overigens ook een andere reden: ze gaan later met pensioen, dus moeten langer doorwerken.’

Eerder in deze serie Over de Grens:




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9