Landstede Groep
   
Jaargang 5 | Editie 4 | Edities
Leren over de grens

Zweden: opvallend veel meisjes bij technische opleidingen

Docenten Miriam Vierhout en Johan Kramer gingen onafhankelijk van elkaar naar Zweden. Miriam verdiepte zich in enkele verzorgende opleidingen, Johan onderzocht mogelijkheden voor een uitwisselingsproject met vmbo-leerlingen van TalentStad Beroepscollege.

Miriam Vierhout is docent verpleegkunde en BPV-coördinator in Zwolle. Eind januari ging ze met vier collega’s op uitwisseling naar Utbildning Nord in Övertorneå, Zweden. De onderwijsinstelling biedt zo’n dertig beroepsopleidingen aan voor Finse, Noorse en Zweedse studenten, voornamelijk volwassenen.  

Wat hebben jullie gedaan op deze school?
‘Wij hebben specifiek naar de verzorgende en verpleegkundige opleidingen gekeken. Interessant, want ze werken er heel anders dan wij. Voordat een student begint, kijken ze naar zijn vooropleiding en ervaring. Sommigen hebben al ervaring in de zorg, anderen zijn zij-instromers. Ik heb er bijvoorbeeld een schilder en een balletdanseres ontmoet. Vervolgens kijken ze wat deze studenten nog moeten leren om hun diploma te kunnen halen. Er wordt dan een persoonlijk opleidingsplan gemaakt. Alle vakken worden er aangeboden in modules. Voor de ene student duurt zo’n traject een halfjaar, voor de ander drie jaar.’

De opzet is heel anders, is het ook beter?
‘Ik vind van wel. In Nederland is het laagste vak bepalend voor het niveau waarop je leert. Dat systeem van niveaus kennen ze niet. Het is veel gepersonaliseerder. Dat vind ik een voordeel. Ze zijn gerichter bezig met datgene wat iemand wil leren. Het nadeel vind ik dat het heel vakinhoudelijk is. Er wordt niet breder gekeken dan dat waarvoor een student wordt opgeleid. Dat zie ik als een nadeel.’

Wijkt de beoordeling ook af van die in Nederland?
‘Ja. In Nederland gaan we uit van voldoendes of onvoldoendes. In Zweden kijken ze meer naar hoe ver je bent en wat je nog moet leren. Op basis daarvan maken ze een plan van aanpak. Daar is veel voor te zeggen. Waarom zou je een cijfer geven aan iets dat onvoldoende is? Ga liever in gesprek om te kijken wat er nodig is om beter te worden.’

Worden er vakken gegeven die wij hier niet aanbieden?
‘Niet voor zover ik heb kunnen zien. Er wordt in vergelijking met Nederland wel een stuk minder aandacht besteed aan geestelijke gezondheidszorg. Gek, want als je de cijfers bekijkt, dat lees je dat het aantal suïcides in Finland en Zweden heel hoog zijn. Ik heb daarnaar gevraagd. “Dat zijn internetpraatjes”, kreeg ik te horen. Het lijkt alsof ze niet willen weten dat het bestaat. Dat werd bevestigd door enkele docenten die ik sprak.’

Wat viel op?
‘In Zweden telt een bedrijf pas mee als een vrouw aan de top staat. Dat zagen we met eigen ogen toen we op bezoek gingen bij ziekenhuizen en verpleeghuizen. Je ziet dat vrouwen gestimuleerd worden om fulltime te werken, dat biedt meer kans op een toppositie, maar ook om voor technische beroepen te kiezen. Op de technische opleidingen op de school waar wij waren, zaten veel meiden; ze leerden er voor stukadoor, timmerman, automonteur. Dat was opvallend.’ 

Ook docent Nederlands Johan Kramer van TalentStad Beroepscollege zag relatief veel meisjes op het Mälardalens Tekniska Gymnasium in Södertälje. Kramer was daar medio november om de mogelijkheden te onderzoeken voor een uitwisselingsprogramma met vmbo-leerlingen van zijn school.

‘Ik had verwacht dat er vooral jongens op deze technische opleiding zouden zijn, maar ook meisjes kiezen hiervoor. Misschien wel bewuster nog dan de jongens, de meisjes zijn meer met de toekomst bezig.’

Wat voor school hebben jullie bezocht?
‘Een technische school, vergelijkbaar met het mbo. De eerstejaars zijn net zo oud als onze vierdejaars vmbo-leerlingen. De school staat op het terrein van Scania. Ze laten maximaal 200 leerlingen per jaar toe vanwege de baangarantie - studenten zijn verzekerd van zes maanden werk bij Scania of bij een ander bedrijf dat aan de school verbonden is. Wat mij betreft een goede constructie: leerlingen kunnen in elk geval werkervaring op doen en hebben een inkomen. De werkgever ziet iets terug van zijn investering in deze leerling. Na zes maanden kunnen beide partijen kiezen of ze door willen gaan.’

De school is mede opgezet door Scania. Wat vind je van zo’n nauwe samenwerking tussen een school en het bedrijfsleven?
‘Ik vind deze opzet goed. Als het bedrijfsleven op deze manier investeert in het onderwijs en baangarantie kan bieden, dan kan dit leerlingen motiveren voor die bepaalde opleiding en die bedrijfstak. Ik zie er alleen voordelen in. Ik ken geen andere voorbeelden in Zweden, maar ze zullen er ongetwijfeld zijn. Vooral in branches die minder populair zijn, maar waar wel een grote vraag is naar goed opgeleid personeel.’

Jullie zijn erheen gegaan om de mogelijkheden voor een uitwisselingsprogramma te onderzoeken. Komt dat er?
‘Wat ons betreft wel. Het is een mooie kans voor leerlingen met een techniekprofiel om buitenlandervaring op te doen en voor ons om te zien hoe ze daar lesgeven. Er loopt een subsidieaanvraag om het project volgend jaar te kunnen starten. Scania Nederland en Scania Zweden zijn erg enthousiast, dus er komt in de toekomst vast en zeker een mooie samenwerking.’

Eerder in deze serie Leren Over de Grens:




Vorige
Volgende
1 2 3 4 5 6 7 8 9